Lees het ervaringsverhaal van Robbert Goekoop,
HagaZiekenhuis Den Haag

“Meten is weten”

Ik denk dat je alleen maar beter wordt door te meten. Dat vindt iedereen nog wel spannend moet ik zeggen. Ik ben ervan overtuigd dat je jezelf een spiegel moet voorhouden en zeker als het in de anonimiteit kan.

Interview door Carla Wijbrandts
Leestijd 5 minuten

Ik zal vertellen waarvoor we de DQiRMD data hebben gebruikt. We hebben in 2019 een regionaal farmacotherapeutisch transmuraal overleg gevoerd met apothekers, huisartsen en specialisten. Daarbij hebben we afspraken gemaakt over hoe we op basis van richtlijnen om zouden moet gaan met jicht in onze regio. Er volgend toen een implementatie programma, ondersteund door een transitieprogramma in ons ziekenhuis. Dat traject heeft meerdere jaren gelopen.


Als de huisarts verwijst en denkt dat het jicht is dan bleek dat in 80% van de gevallen ook zo te zijn. We hebben toen afgesproken met huisartsen dat we alleen nog jicht patiënten zien voor diagnostisch bewijs op het moment dat er sprake is van een jichtscore (beslisregel NHG standaard artritis) onder de 8. Dat ging gepaard met tele-consultaties op schrift waarmee de huisarts advies over de behandeling kon vragen. We hebben uiteindelijk Zorgdomein ook specifiek ingericht voor jicht waarbij de score wordt ingevuld bij verwijzing.


Dit traject hebben we kunnen evalueren met de DQiRMD data. Wat je dus heel mooi kan zien is het percentage verwijzingen in je populatie. Op grond daarvan kun je een berekening maken welk percentage jicht zich in jouw populatie bevindt. Je ziet dat het aantal nieuwe patiënten relatief gelijk bleef. Er is meer jicht gekomen, dat is ook wat je verwacht omdat de zorgvraag toeneemt. We zagen met name dat het aantal controle patiënten enorm daalde en een stijging in het aantal teleconsulten en meedenk consulten.


Wat we uit de DQiRMD konden halen was de frequentie van jicht op de poli. Bij ons zag je dat het percentage jicht in de totale controle populatie enkele procenten lager lag dan het landelijk gemiddelde. We ze zaten er dus al iets onder. Na implementatie van ons jicht programma met de 1e lijn samen zag je dit percentage bijna halveren.


Jij bent echt al vanaf het begin bij de DQRA betrokken?

Ja , we hebben het vrij snel gedaan. Het heeft ook ons wel wat werk gekost om het goed te krijgen, als voorbeeld hebben we al onze diagnoses reumatoïde artritis op de goede ICD10 code gezet. Dat hebben we voor +/- 2000 patiënten moeten doen. Ik vind het echt een prachtige manier om landelijk te vergelijken hoe je het doet, om daar een idee van te krijgen. Het grappige is dat het opmerkelijk homogeen is wat we in Nederland doen.

Welke belangrijke inzichten heb jij nog meer uit het register gekregen?

Informatie over het afbouwen van biologicals kun je zeer helder en overzichtelijk in beeld krijgen. Je kunt ook zien of je boven de geadviseerde dosering voorschrijft. Wat je natuurlijk wil is dat je uiteindelijk gaat leren en gaat vergelijken in die uiterste groepen en dat wil je op een veilige manier doen.

Wat denk jij dat er nodig is om mensen uit te nodigen en iedereen erbij betrokken te laten raken?

Ja, kijk ik denk dat je alleen maar beter wordt door te meten en als iedereen dat omarmt dat principe dan gaat iedereen meten. Dat vindt iedereen nog wel spannend moet ik zeggen. Het valt en staat wel bij de anonimiteit waarin je de data kan bekijken. Ik kan me die angst wel voorstellen, toch zou die angst juist een reden moeten zijn om het wel te doen, ik bedoel je kan iets vermijden en niet doen, maar Ik ben ervan overtuigd dat je jezelf een spiegel moet voorhouden en zeker als het in de anonimiteit kan. Het is belangrijk om je af te vragen, moet het bij ons niet anders of heel veel beter?


“doe je zelfevaluatie en doe er wat mee”


Of het nu gaat om individueel patiëntencontact of op het aansturen van waar staan we nu als afdeling, je moet de patiënten kunnen vertellen hoe je het doet en of je het goed hebt gedaan. Dat moet je volgens mij aan de patiënt kunnen uitleggen. Ik denk dat we iedereen uiteindelijk moeten aanroepen “doe je zelfevaluatie en doe er wat mee”.

Hoe vaak kijk jij nou naar die data?

Tijdens de spiegelsessie, maar ook tussendoor voor bepaalde analyses. Als ik een vraag heb en bijvoorbeeld als ik wil weten, goh zien we nou meer lupus of zien we meer scleroderma, dan pak ik het erbij. Als je een zorgpad hebt of een beleidsverandering dan kun je de data gebruiken.

Zie jij naar de toekomst nog meer mogelijkheden voor het register?

Als alle reumatologie klinieken in Nederland participeren krijgen we samen meer inzicht in hoeveel unieke patiënten we met specifieke auto-immuunziekten zien in Nederland.

Als je ziet hoe ver DQRA inmiddels is gekomen, heb je dan zoiets van daar ben ik als participerend reumatoloog eigenlijk best wel trots op?

Ik denk dat wij landelijk gezien heel trots mogen zijn op wat we hebben neergezet. In Nederland zijn we de absolute voorloper. Dat heeft er mee te maken dat onze ziekte goed te meten en te vervolgen is. Dit is een hele mooie start om het uit te breiden naar andere ziektebeelden maar ook om acties te nemen o.b.v. de data en zien dat landelijk de kwaliteit van zorg beter wordt. Ik denk dat iedereen die meet en kijkt naar zijn eigen data en kwaliteit, daar beter van wordt.

Deel dit ervaringsverhaal

Lees alle ervaringsverhalen

Overzicht