Lees het ervaringsverhaal van Kavish Bhansing,
reumatoloog St Jansdal Ziekenhuis, Harderwijk

“Inzicht in je eigen data helpt!”

De DQRA data helpen bij de gesprekken met de Raad van Bestuur en het management. Zo kan Ik de inzet van dure geneesmiddelen relateren aan remissie data.

Interview door Carla Wijbrandts
Leestijd 5 minuten

Sinds 2019 werk ik als reumatoloog in het St Jansdal Ziekenhuis en daarbij heb ik sinds 2022 de rol van vakgroep voorzitter op me genomen. Vanuit die functie heb ik frequent overleg met het management.

Vanaf 2022 zijn we actief betrokken bij DQRA. Je krijgt inzage in je eigen data en spiegeling met andere klinieken. Zo had ik bij een overleg een tabel rechtstreeks uit het DQRA meegenomen. Ik kon laten zien, kijk zo doen wij het en zo zit het landelijk. Dat helpt je heel erg in die gesprekken. De voorzitter van de Raad van Bestuur vond dat super interessant. Ze zei ook letterlijk, ik wou dat meer vakgroepen dat deden, inzage geven in de data en spiegeling t.o.v. andere ziekenhuizen.

Kun je mij meenemen naar een spiegelbijeenkomst waar je aan deelnam dat je dacht zo, wat ben ik blij dat ik hier aan deel neem want dit levert nuttige informatie op?

Nou, wat ik super interessant vond, was de inzage in data over het gebruik van dure geneesmiddelen met de spiegeling t.o.v. landelijk gebruik. Ook in ons ziekenhuis moet je verantwoorden hoe vaak je dure geneesmiddelen inzet. Ik kon laten zien dat onze inzet van TNF-blokkers best wel mee viel ten opzichte van andere vakgroepen. Dat kan je dan meenemen in gesprekken. Het is dan niet alleen een gevoel maar je kan het ook echt met getallen onderbouwen. Ik vond het ook een echt wauw moment dat remissie daarin was verwerkt. Op die manier kan je een koppeling maken tussen wat je inzet qua anti-reumatische middelen versus wat het daadwerkelijke resultaat is zoals het percentage patiënten dat remissie bereikt.

Stimuleerde deze data tot het verder onderzoeken van dure geneesmiddelen inzet in jullie vakgroep?

Ja, in januari hebben we een overleg met de vakgroep en de apotheker die over de dure geneesmiddelen gaat. Ze hebben vanuit de apotheek ook een landelijke database om naar dure geneesmiddelen te kijken en wij gaan DQRA erbij pakken en dan kijken wat kunnen we ervan leren.

Het doel is dat we met alle reumatologen in Nederland kwalitatief hoogwaardige zorg nastreven waarbij het register de leden in staat stelt lerend te zijn. Heb jij het gevoel dat met het register en de spiegelbijeenkomsten bereikt wordt dat we er echt ook iets van leren?

Nou, ja dus door inzage in wat je doet ga je erover nadenken en ga je zien hoe het werkelijk zit. Zo zaten wij met digitale consulten lager dan het landelijke gemiddelde van de vakgroepen. De conclusie is dat wij als vakgroep in vergelijking met andere vakgroepen dus wat minder digitaal werken. Wij hameren op het feit dat ons vak echt gewoon handen werk is, lichamelijk onderzoek, je moet je patiënten zien. Dat is ook wel zo maar dit is wel bij de patiënten waar het niet goed mee gaat. De stabiele patiënten hoeven we niet per se te zien dus dan is de vraag eigenlijk weer terug naar mij als voorzitter en aan de vakgroep hoe doen anderen vakgroepen het en hoe zetten zij dat in. Ik sprak vervolgens een collega uit een ander ziekenhuis die de controles al meer digitaal doen en dat gaat goed, dus daar kunnen we naar kijken om van te leren en moeten wij toch iets meer gaan bewegen naar het gemiddelde.

Was het ingewikkeld om te starten met deelname aan DQRA?

Ja, dat had wel wat voeten in de aarde. Ik merkte dat je de juiste mensen in je ziekenhuis moet vinden, vooral van de business intelligence. Ik heb in mijn enthousiasme die persoon een taart beloofd als het lukte voor de deadline van een spiegelbijeenkomst de data aan te leveren. Dat is toen gelukt en dus bracht ik haar een lekkere taart als dank. Al haar collega’s waren jaloers. Het is een beetje geven en nemen en samenwerken binnen je organisatie om het voor elkaar te krijgen.

Moesten jullie als vakgroep nog veel data controleren en opschonen?

Ja, dus het gaat er dan vooral bij de DAS28 om dat niet alleen de totaalscore maar ook de losse parameters worden aangeleverd. Er bleek een verschil in registratie binnen de vakgroep. Zo bleek je het aantal pijnlijke en gezwollen gewrichten op verschillende manieren te kunnen invoeren in het dossier. Dat blijkt dan bij het aanleveren van de data, die verschillen moet je dan uitfilteren en waar nodig aanvullen of corrigeren. Nu we dit weten registeren we allen hetzelfde en gaat het in één keer goed. Ook dat is dus een leereffect.

Ik kan me voorstellen dat je wel een soort hongerig wordt naar steeds meer data?

Ja precies, je begint het steeds interessanter en leuker te vinden wat je uit de data kunt halen. Zo zou ik ook weleens willen kijken of we bij mensen op hogere leeftijd een andere medicatie beslissing nemen dan bij mensen van jonge leeftijd wat betreft het voorschrijven van dure geneesmiddelen bijvoorbeeld.


“Ik denk dat je niet alleen naar de leeftijd moet kijken maar vooral hoe fit iemand is.”


Je kan best een fitte 80-plusser hebben bij wie je prima een biological kunt starten. Leeftijd alleen is niet leidend. Je moet natuurlijk wel blijven nadenken. Ik denk dat er wel verschillen zijn.

Maak je buiten de spiegelbijeenkomsten gebruik van het dynamisch dashboard om in de data van jullie vakgroep te kijken?

Ja en dat heb ik dus ook buiten die bijeenkomsten om gedaan toen de vraag met die digitale consulten speelde. Ik heb gewoon een tabel gemaakt van hoe wij zaten versus landelijk en dan uitgesplitst. Dat kun je ten alle tijden zien.

Wat ik verder nog heel mooi vind; het register is begonnen als DQRA met vooral data van patiënten met reumatoïde artritis. Nu met de uitbreiding naar het DQiRMD worden stap voor stap ook alle andere reumatologische diagnoses in het register gezet.

Wat zijn belangrijke punten die je wil delen met de rest van de reumatologische Nederland die nog niet deelneemt?

  • Doe mee want je kan er gewoon heel veel van leren. Je krijgt inzicht in hoe jij dagelijkse zorg levert in jouw praktijk, daar kan je alleen maar beter van worden.
  • Wees niet bang, je bent zelf eigenaar over die data. Je beslist zelf wat je wel of niet gebruikt. Ik vind dat we een open houding moeten hebben, dan krijg je nieuwe inzichten en leren we van elkaar.
  • Het is heel leuk om met de spiegelbijeenkomsten mee te doen. Je leert van elkaars verschillen en krijgt inzicht in je eigen data.
  • Het helpt je als bestuurder van de vakgroep heel erg om een eigen bron van data te hebben, die je kan helpen bij werkoverleggen of overleg met het management.
Deel dit ervaringsverhaal

Lees alle ervaringsverhalen

Overzicht